MANUALplus 620 – de besturing voor cycli- en CNC-draaibanken

De MANUALplus 620 is voor zowel cyclusgestuurde draaibanken als CNC-draaibanken ontworpen. Hij is geschikt voor horizontale en verticale draaibanken. De MANUALplus ondersteunt machines met enkelvoudige gereedschapsopname en ook draaibanken met een gereedschapsrevolver, waarbij de gereedschapshouder zich bij horizontale draaibanken vóór of achter de hartlijn kan bevinden.

De MANUALplus ondersteunt zowel draaibanken met een hoofdspil, een slede (X- en Z-as), C-as of positioneerbare spil en aangedreven gereedschappen als machines met een Y-as en B-as.

Dankzij de flexibele opbouw en wegens de veelzijdige programmeermogelijkheden biedt de MANUALplus 620 u altijd de juiste ondersteuning. Het maakt niet uit of u afzonderlijke onderdelen of series produceert en of u eenvoudige of complexe werkstukken vervaardigt, de besturing past zich altijd aan de vereisten van uw bedrijf aan. De MANUALplus 620 onderscheidt zich door eenvoudige bediening en programmering. De machine vraagt daarom slechts beperkte inwerk- of scholingstijd.

Eenvoudig bewerken met cycli

Eenvoudige werkzaamheden, zoals langs- en vlakdraaien, kunt u met de MANUALplus 620 net als op een conventionele draaibank met het handwiel uitvoeren. Voor alle standaardbewerkingen, zoals verspanen, spiebaansteken, steekdraaien, draaduitloop, afsteken, draadsnijden, boren en frezen zijn cycli beschikbaar op de MANUALplus 620. U hoeft alleen de posities, maten en parameters in te voeren; de besturing voert de bewerking automatisch uit.

Voor de cycli hoeft u slechts een beperkt aantal gegevens in te voeren. Deze worden verduidelijkt in helpschermen en dialoogvensters. Voordat u een verspaning uitvoert, controleert u met de simulatie of de bewerking naar wens verloopt.

In het cyclimenu van de MANUALplus vindt u altijd de juiste cyclus. Helpschermen en dialoogvensters geven uitleg over de bewerkingsstap, alle vereiste meetgegevens en verdere invoeropties. Nadat u deze waarden hebt ingevoerd, controleert u grafisch het verloop van de verspaning en laat u daarna de bewerking automatisch verlopen.

Eenvoudig programmeren met smart.Turn

In het smart.Turn-programma draait alles om het werkblok, de unit. Een unit beschrijft een bewerkingsstap – volledig en overzichtelijk. De unit bevat de gereedschapsoproep, de technologiegegevens, de cyclusoproep en de strategie voor benaderen en vrijzetten, naast globale gegevens zoals de veiligheidsafstand. Al deze parameters zijn overzichtelijk in een dialoog samengevat.

Met smart.Turn programmeert u door middel van invoerschermen - eenvoudig en overzichtelijk. In het overzichtsscherm krijgt u een overzicht van de gekozen unit, terwijl subformulieren informatie bieden over de details van het werkblok. Overzichtelijke helpschermen verduidelijken alle vereiste invoeropties. Bij alternatieve invoermogelijkheden geeft smart.Turn een opsomming van de beschikbare mogelijkheden, waaruit u dan een keuze maakt.

NC-programma met een druk op de knop dankzij TURN PLUS

Met TURN PLUS maakt u binnen de kortste keren NC-programma's: nadat u de contour van het onbewerkte en het bewerkte werkstuk hebt beschreven, hoeft u alleen nog het materiaal en het spanmiddel te selecteren. Verder voert TURN PLUS alles automatisch uit: werkplan maken, werkstrategie selecteren, gereedschappen en snijgegevens kiezen en NC-regels genereren.

Als resultaat ontvangt u een smart.Turn-programma met werkblokken (units), waarbij uitvoerig commentaar wordt geleverd. Daardoor heeft u speelruimte voor optimalisaties en zekerheid bij het starten van het NC-programma. Dat kan TURN PLUS allemaal ook doen voor boor- en freesbewerkingen met de C-as of de Y-as op voorkant en op mantelvlak en bij machines met tegenspil ook voor bewerking aan de achterkant.

Interactieve contourprogrammering ICP

Bij complexe onderdelen of ontbrekende maatgegevens van het werkstuk biedt de interactieve contourprogrammering ICP hulp. Daarmee beschrijft u de contourelementen volgens de maatvoering in de tekening. U kunt ook de contour gewoon importeren – als de tekening beschikbaar is in DXF-indeling.

Voor de gegevensinvoer beslist u hoe gegevens worden opgegeven: coördinaten absoluut of incrementeel, het eindpunt of de lengte van de lijn en het middelpunt of de radius van de cirkelboog. Bovendien bepaalt u of het om een tangentiële of niet-tangentiële overgang naar het volgende contourelement gaat.

Ontbrekende coördinaten, snijpunten, middelpunten enzovoort worden door de MANUALplus berekend, voor zover ze mathematisch zijn gedefinieerd. Als verschillende oplossingen mogelijk zijn, laat u de mathematisch uitvoerbare varianten weergeven en selecteert u de gewenste oplossing. Bestaande contouren kunt u aanvullen en wijzigen.