Contouren en bewerkingsposities uit DXF-bestanden overnemen

Met de DXF-converter hebt u de mogelijkheid om DXF-bestanden direct op de TNC 640 te openen, om daaruit contouren of bewerkingsposities te extraheren. U bespaart zich daarmee niet alleen de programmeer- en testprocedure, maar bent er tevens van verzekerd dat de aangemaakte contour precies overeenkomt met de invoer door de constructeur. Nadat het DXF-bestand via het netwerk of vanaf de USB-stick in de TNC is ingelezen, kunt u het bestand als NC-programma openen via het bestandsbeheer van de TNC.

DXF-bestanden bevatten meestal meerdere lagen (layers) waarmee de constructeur zijn tekening kan organiseren. Om te zorgen dat bij de contourselectie zo min mogelijk overbodige informatie op het beeldscherm wordt getoond, kunt u met één muisklik alle overbodige lagen van het DXF-bestand verbergen. Hiervoor hebt u het bedieningspaneel met touchpad of een extern aanwijsapparaat nodig. De TNC kan een aaneengesloten contour ook selecteren wanneer deze in verschillende lagen is opgeslagen.

Ook bij het definiëren van het werkstukreferentiepunt biedt de TNC optimale ondersteuning. Het tekeningsnulpunt is in het DXF-bestand niet altijd zodanig dat u het direct als werkstukreferentiepunt kunt gebruiken, met name wanneer de tekening meer aanzichten omvat. De TNC beschikt daarom over een functie waarmee u het nulpunt van de tekening eenvoudig naar een zinvolle positie kunt verschuiven door op een element te klikken.

U kunt contouren bijzonder eenvoudig selecteren. Allereerst selecteert u het gewenste element door hierop te klikken met de muis. Zodra u het tweede element hebt geselecteerd, herkent de TNC de door u gewenste rotatierichting en wordt de automatische contourherkenning gestart. Daarbij selecteert de TNC automatisch alle duidelijk herkenbare contourelementen totdat de contour gesloten is of vertakt. Daarna kunt u met een muisklik het volgende contourelement selecteren. Zo kunt u dus met slechts enkele muisklikken ook omvangrijke contouren selecteren. Indien nodig kunt u contourelementen ook korter maken, verlengen of openbreken.

U kunt ook bewerkingsposities selecteren en als puntenbestand opslaan, wat met name handig is om boorposities of startpunten voor kamerbewerking over te nemen. U hoeft daarvoor alleen maar een bereik te markeren met de muis. De TNC toont alle boringsdiameters die binnen dit bereik vallen in een apart venster met filterfunctie. Door filtergrenzen met de muis te verschuiven, kunt u op eenvoudige wijze de gewenste diameter selecteren en de selectie overeenkomstig beperken.

Tot slot is de DFX-converter nog voorzien van een zoomfunctie en diverse instelmogelijkheden. Daarnaast kunt u de resolutie van het contourprogramma definiëren, indien u dit in oudere TNC-besturingen wilt gebruiken. Ook kunt een overgangstolerantie vastleggen wanneer elementen bijvoorbeeld niet helemaal tegen elkaar aanliggen.

Webinar over de DXF-converter